Kennissen als partner in loopbaanonderwijs

De onbegrensde mogelijkheden van netwerken in loopbaanonderwijs. Bewerkte versie van mijn toespraak op 19 april aan het LOB Gelijke Kansen netwerk.

Netwerken en gelijke kansen voor scholen

Vorige maand bood een Nederlandse meid een Eritrese jongen op haar school aan om hem in contact te brengen met haar oom. De jongen wil in een garage werken. De oom heeft een garage. Wereldnieuws? Natuurlijk niet. Wat wel nieuwswaardig is, is dat het gesprek plaatsvond tijdens een netwerkworkshop van Back-Up Netwerkt!. De jongeren kenden elkaar maar meestal gingen hun gesprekken over andere zaken. Een netwerkgesprek heb je niet zomaar. Een netwerkgesprek moet je bewust aangaan.

Netwerken is een onderdeel van het loopbaanonderwijs. Wat ik van leerkrachten hoor is dat de nadruk van netwerklessen ligt bij hoe je, in gesprek met een potentiële werkgever, over jezelf  praat. Helaas komt het belangrijkst van een netwerkconversatie, het netwerkgesprek, niet in de lessen voor. Dat komt, men ik, door de maatschappelijke verwarring over wat een netwerk is en wat een netwerk voor ons betekent en kan betekenen. Die verwarring moeten we zo snel mogelijk de wereld uithelpen.

Verwarring rondom ‘netwerken’

Je zou denken dat het woord ‘netwerk’ altijd heeft bestaan. Het benutten van je contacten heeft altijd bestaan – het is bijna ondenkbaar dat iets ontstaat zonder dat meerdere mensen erbij betrokken zijn – maar het woord netwerk in de zin dat het tegenwoordig gebruikt wordt is slechts 60 jaar oud. Het woord is voor het eerst gebruikt als een beschrijving van menselijke interacties door de antropoloog J.A. Barnes, in een studie van de organisatie van gemeenschappen op een Noorse eiland. Veel onderzoekers namen het woord over en er zijn veel wetenschappelijke discussies over wat de definitie is van een (sociaal) netwerk. Door sociale experimenten als de 6 degrees of separation (Millgram) en het werk van Professor Mark Granovetter over zwakke banden en werk heeft het woord de populaire verbeelding geraakt en heeft het woord een plek in onze taal gekregen. Van de vele definities heeft die van prof Thomas Maak mijn voorkeur: Een netwerk is een duurzame uitwisseling tussen organisaties, individuen en groepen.

Dus wat een netwerk niet is: een netwerk is niet een eenmalig contact. Het bestaat dank zij relatie, verbinding.

Management wetenschappers haten netwerken – je kunt ze namelijk niet managen.  Ze zijn ongrijpbaar. Zodra ik mensen in mijn netwerk met jou deel, zijn ze niet meer van mij, zijn ze van ons.

Het woord ‘netwerken’ als werkwoord is nog meer recent in de taal ontstaan.

Voor dit woord mogen we een telecommunicatie marketingman in de 80-er jaren van de vorige eeuw dankbaar zijn. Bill Lewis werkte eerder bij IBM en daar werden computers met elkaar in contact gebracht. Lewis gebruikte het woord “networking” om een multilevel verkoop- en marketingstrategie te beschrijven.  Kort daarna kwam een ‘netwerk’-industrie op gang, waarin netwerk goeroes een markt van ondernemers aanboorden. Netwerkbijeenkomsten werden populaire onder ondernemers en werden verkocht als de kans om je volgende klant te ontmoeten. Om goed te kunnen netwerken, vertellen de auteurs van de boeken die als warme broodjes over de toonbank vliegen bij vluchthaven boekwinkels, moet je op de juiste manier een hand drukken, altijd pepermuntjes bij de hand houden, oogcontact houden en blijf niet te lang in gesprek met een persoon want dat is zonder van de tijd.

Vroeger was er altijd een ‘borrel’ na een conferentie maar vanaf de 21eeuw werd dat een ‘netwerkmogelijkheid’ genoemd.

En op scholen gaat de ontwikkeling door. Netwerkbijeenkomsten worden georganiseerd om scholieren in gesprek te brengen met bedrijven – met mensen die ze niet kennen, met wie ze geen relatie hebben en die ze mogelijk nooit meer zullen zien. Zoals ik al zei, een netwerk is niet een eenmalig gebeuren. Noem het dan liever een bedrijvenbezoek, of iets dergelijks.

Vieze smaak?

Voor sommige mensen laat het woord ‘netwerken’ een vieze smaak achter. “Ik wil niet schmoezen” heb ik vaak gehoord. Of, jij wilt je kennissen niet voor je eigen gewin “gebruiken”.  Of zoals een kennis uit mijn dorp zei over haar gefaalde bezoek aan een netwerk bijeenkomst, ”En dan loop ik op iemand af en net als ik mezelf wil voorstellen, loopt hij door. Wat doe ik verkeerd?” Toen ik dat hoorde, besloot ik dat de titel van mijn boek, Dus je denkt dat je niet kunt netwerken moest worden. Om de fabels en de verkooppraatjes de wereld uit te helpen en ons opnieuw in contact te brengen met de essentiële, waardevolle verbinding tussen mensen in een gemeenschap. Deze verbindingen zorgen dat onze gemeenschappen werken. We hebben elkaar nodig. Door elkaar te betrekken bij zaken die voor ons belangrijk zijn misbruiken we onze vriendschappen en relaties niet. In tegendeel, als we onze sociaal kapitaal inzetten includeren we mensen in onze levens. In plaats van mensen uit te sluiten vragen we mensen om betrokken te zijn. Dat is wat netwerken werkelijk is.

Laten we onderzoeken wat de waarde van netwerken zijn, voor ons als individuen en als maatschappij.

Wat een netwerk biedt

Een duurzame uitwisseling tussen individuen, groepen en bedrijven biedt drie vormen van waarde.

Ten eerste: relationeel

Een netwerk heeft een relationele waarde. Mensen leven niet graag in isolatie. Ze zoeken mensen op met wie ze goed kunnen omgaan. Dat zijn vaak mensen die dezelfde interesses delen, dezelfde normen en waarden hebben, dezelfde muziek leuk vinden of dezelfde sportinteresses hebben. Een netwerk om je heen betekent dat je niet alleen bent.

Relatie is het bindmiddel van een netwerk en van netwerken. Mensen gunnen elkaar van alles, als ze elkaar kennen, vertrouwen en leuk vinden. Mijn succesvolle activiteiten in het verleden waren niet mogelijk geweest als de teams, verspreid over de hele wereld, elkaar niet kenden, elkaar niet leuk vonden en elkaar niet vertrouwden. Stel dat twee jongens op bedrijvensafari in een fabriek zijn en beiden geven aan daar stage te willen lopen. De eigenaar van het fabriek kent de moeder van een van de jongens. Wie kiest zij?

Ten tweede: structureel

Een netwerk heeft een structurele waarde – het geeft toegang tot mensen die je zelf niet kunt bereiken. Ik citeer weer het onderzoek van Millgram in de 60er jaren, waar een pakketje binnen zes verbindingen aankwam bij iemand die voor de afzender onbekend was. Als ik hier iemand zou vragen: “met wie zou u in contact willen komen in Nederland?” vermoed ik dat we binnen twee of drie verbindingen dat contact zouden kunnen realiseren.

Jullie weten van het onderzoek dat socioloog Mark Granovetter in de 70er jaren deed naar hoe mensen een baan vinden. Zo’n 80% vonden hun baan via via, dat wil zeggen, ze hebben mensen laten weten dat ze op zoek waren naar een specifieke baan en deze mensen gingen met gespitste oren in hun omgeving luisteren voor kansen. Het waren niet zo zeer de binnenste kring van kennissen – familie, vrienden – dat nuttig was. 55% van de mensen kregen hun baan via mensen die zij minder goed kenden. Jullie hebben over zwakke banden gelezen in de LOB onlinematerialen. Granovetter noemde de banden die mensen hebben met mensen buiten de binnekring de zwakke banden. Hoe meer zwakke banden jouw netwerk heeft, hoe meer kans je hebt op werk vinden. De logica is simpel: als de mensen die ik ken dezelfde mensen kennen als ik, schiet ik niet op als ik een brede net om me heen uit wil slaan om een baan te vinden.

Het wordt nog erger. Uit het onderzoek van Granovetter weten we dat mensen met een gebrek aan zwakke banden onherroepelijk een steeds groter beroep (moeten) doen op de mensen om hen heen. De binnekring is de aangewezen adres voor kinderoppas, kapper, reparaties in huis, enz. Er komen steeds minder buitenstanders voor. Uiteindelijk, wat werkeloze mensen de armoede binnendrijft is een gebrek aan buitenstaanders die nieuw informatie – en daarmee nieuwe kansen – meebrengen.

Ten derde: cognitief

Een netwerk heeft een cognitieve waarde. Het is in staat om nieuwe kennis te creëren, om te innoveren. Ik wil een voorbeeld delen met jullie. Ik werkte met 20 leraren op een school in Zaanstad en had hen de vraag gesteld die ik straks weer aan jullie ga stellen: bedenk iets wat je nodig hebt, iets waar je al langer mee rondloopt, iets wat je niet alleen voor elkaar kunt krijgen. Er was een leraar metaalkunde in de groep. Hij wilde een app ontwikkelen waarmee zijn leerlingen via hun smartphone een mal konden ontwerpen en het ontwerp naar een fabriek in de buurt konden sturen, om uitgedraaid te worden. Hij had het idee, wist ongeveer hoeveel het zou kosten om de app te maken maar had het geld niet om het uit te voeren en kende geen fabriekseigenaar waar de mal daadwerkelijk gemaakt kon worden. De lerares Nederlands, met wie hij nooit eerder een gesprek had gevoerd bood aan om het idee met haar vader te bespreken. Hij was fabriekseigenaar in de buurt en had belangstelling in de school als vindplaats van zijn toekomstige werknemers. De lerares economie, die een goede verstandhouding had met de directie, bood aan om met hem mee naar de directie te gaan om het geld te vragen. De directie vond het idee geniaal, hebben het gedeeld met collega’s van het ROC en het project is in een iets andere vorm uitgepakt en uitgerold. Dus: als je meerdere mensen erbij betrekt, en hun kennis in de mix gooit, is de kans op een goede resultaat groter. Ook heel logisch.

Sommige grote bedrijven hebben medewerkersnetwerken. Deze zijn vaak door medewerkers zelf opgestart (relationeel) maar bedrijven maken er gebruik van, door ervaringsdeskundigen te vragen om aan te geven wanneer discriminatie zich voordoet (cognitief).

De link tussen netwerken en gelijke kansen

Netwerken zijn basisvormen van sociale interactie. Niet per definitie goed, niet per definitie slecht. Maar zonder dat je er erg in heeft, kunnen netwerken op sommige mensen een negatieve impact hebben. De regels van de meeste netwerken zijn niet hardop geformuleerd. Maar het is vaak duidelijk wie erbij hoort, en wie niet. Mensen die elkaar kennen, leuk vinden en vertrouwen sluiten namelijk sommige mensen uit. Hier begint de link tussen netwerken en gelijke kansen zichtbaar te worden. Op een werkplaats waar fitte witte mannen van veertig de norm zijn, is het moeilijk voor een vrouw om er tussen te komen. De meeste managers weten niet dat ze “unconscious bias” (onbewuste vooroordelen) hebben – wat in deze plaat zo goed geformuleerd wordt. Zolang de mensen die denken zoals in dit plaat wordt weergegeven aan de macht zijn, zullen vrouwen last hebben van discriminatie op de werkvloer. Zo’n samenkomst van gelijk denkende mensen kan een netwerk heten. Het relationele aspect van netwerken maakt dat mensen die op dezelfde manier denken, elkaar opzoeken en ondersteunen en systemen onderhouden.

Gelijke kansen voor jongeren met een migratie achtergrond

Onderzoekers in Nederland bevestigen dat jongeren met een migratieachtergrond last hebben van een gebrek aan functionele netwerken. Functionele netwerken zijn netwerken met voldoende zwakke banden om de jongeren te helpen bij hun zoektocht naar een baan. Jongeren met een gebrek aan functionele netwerken hebben te weinig mensen in hun omgeving die hen kunnen helpen om de baan die ze ambiëren te vinden.  Ze kunnen werk vinden bij de overheid omdat de overheid haar verplichting om diversiteit op te nemen nakomt. Maar niet iedereen wil ambtenaar worden. Ook andere werkplaatsen moeten toegankelijk worden voor jongeren met een migratieachtergrond.

Onderzoek

Het onderzoek van KIS,WODC,SCP, CAOP enz laat zien dat jongeren met een migratieachtergrond last hebben van iets anders, discriminatie. Dit weten we al langer en proberen we al langer iets aan te doen. Tot nu toe hoor ik niemand zeggen dat discriminatie tegen migrantenjongeren een vorm van uitsluiting is, van een dominante netwerk. Door het deels als een netwerkprobleem aan te pakken hebben we nieuw gereedschap in handen om discriminatie tegen te gaan.

Voorbeelden van acties om discriminatie tegen te gaan

  • We kunnen zoeken naar manieren om de netwerken van de jongeren uit te breiden en de jongeren onderdeel te laten worden van netwerken van ‘lokale’ Nederlanders.
  • We kunnen netwerkclubs wijzen op de manieren waarop zij exclusief zijn en samen met hen zoeken naar manieren om inclusief te zijn.
  • Bedrijventerreinen kunnen de zaak op zijn kop zetten en betere resultaten behalen: ik ben betrokken bij een vereniging van ondernemers op een groot bedrijventerrein waar 4000 mensen werken in 500 bedrijven. Sinds kort hebben we een kenniscentrum opgericht onder meer om stageplaatsen te regelen voor lokale vmbo-leerlingen. Hiermee hebben alle leerlingen, ongeacht hun eigen netwerken, gelijke toegang tot stagekansen.

Netwerken van jongeren uitbreiden tijdens loopbaanonderwijs

Maar hoe doe je dat? Hoe krijg je, als school en in het loopbaanonderwijs, grip op de netwerken van leerlingen? Het antwoord is: dat krijg je niet. Want, zoals ik eerder zei, netwerken zijn ongrijpbaar. Je kunt ze niet managen. Wat je wel kunt doen is jongeren in de gelegenheid stellen om hun netwerken in te zetten. Dat doe je door netwerkkunde te leren en de basis van netwerkkunde is het netwerkgesprek.

Mijn collega Bianca Heynis, die al jaren werkt met migrantenjongeren in internationale schakel klassen, komt voortdurend het probleem tegen dat jongeren niet weten waar ze moeten zijn om iets voor elkaar te krijgen dat belangrijk voor hen is. Vaak vragen ze het aan haar. Zij heeft niet alle antwoorden.

Lessenserie: Back-Up Netwerkt!

Bianca en ik hebben samen een programma ontworpen, Back-Up Netwerkt!, om jongeren te trainen in het bouwen en benutten van functionele netwerken. Netwerkkunde. We hebben als uitgangspunt dat jongeren met een migratieachtergrond jongeren om hun heen hebben die wel een functioneel netwerk hebben. Gezien het van belang is dat alle jongeren netwerkvaardig zijn, is het ons idee om jongeren in een gemengd groep netwerkles te geven. Tijdens deze lessenserie leert iedereen hun netwerk aan te spreken, op te bouwen, benutten en onderhouden. Een vanzelf sprekend vraag voor iemand die netwerkvaardig is, is “Ken je iemand die mijn vraag kan beantwoorden?” Als een jongere met een migratieachtergrond die vraag stelt aan iemand met een omvangrijk netwerk, wordt de netwerk van beiden jongeren benut en versterkt. Deze training is sterk theoretisch onderbouwt en kan prima aan het begin komen van het LOB-traject.

Waarom deze lessen werken

Studenten kunnen het materiaal snel opnemen, want werken met de mensen die je kent zit bij ons mensen in de genen. Bijvoorbeeld, Bianca gaf laatst netwerkles bij een ISK-groep. Daarna hoorde ze een student tegen een andere student (die niet bij de netwerkles was​) zeggen “Je hebt vanmorgen iets heel belangrijks gemist. Wat we vanmorgen geleerd hebben kan je je hele leven lang gebruiken. Echt goed.” De andere student antwoorde “Heb jij het goed begrepen? Wil je het mij dan straks alsjeblieft uitleggen?” Waarop een volmondig ja volgde.

Netwerken aanspreken kan je alleen doen in een veilige omgeving.  Want netwerken houdt in, dat je iemand moet vertellen wat je nodig hebt. Op dat moment wil je niet uitgelachten worden! De leerkracht moet laten weten dat er geen verkeerde vraag is. Uiteindelijk moeten de studenten leren dat zelfreflectie een positieve ervaring is. In deze veilig omgeving gaan de jongeren Het Netwerkgesprek leren.

De praktijk: het netwerkgesprek in loopbaanonderwijs

Een netwerkgesprek is een oefening in zelfreflectie, zelfexpressie, coaching en dialoog. Het is ook een manier om de netwerken van de gesprekspartners beschikbaar te maken voor elkaar.

Vier componenten

Een netwerkgesprek heeft vier componenten. Ik leg ze uit en ik laat jullie de vier componenten van een netwerk gesprek zelf ervaren. We doen het natuurlijk nu in een andere tempo dan jullie op school kunnen doen, maar ik weet zeker dat jullie, door zelf de oefeningen beknopt te doen, een beter beeld krijgen van hoe zo’n netwerkgesprek gaat.

De eerste stap is reflectie. Om een netwerk aan te spreken moeten jongeren eerst in beeld krijgen wie hun connecties zijn. Dit doe je op papier. Het is geen kwestie van lijstjes invullen.

De tweede deel van een netwerkgesprek is zelfreflectie. Wat heb ik nodig?

De derde deel van het gesprek is DELEN met anderen. Dit is een exercitie in zelfexpressie en verplaatsen in een ander. Voor de spreker gaat het om zo helder mogelijk te formuleren – waar mogelijk SMART – en voor de ander om krachtig te luisteren.

De vierde deel van het gesprek is weer reflectie. Wie ken ik, die voor mijn gesprekspartner van nut zou kunnen zijn?

Als netwerkles aan gemengde groepen wordt gegeven, dus jongeren met functionele netwerken samen met jongeren zonder functionele netwerken, groeien de netwerken van beide groepen vanzelf.

 

=======

Lin McDevitt-Pugh. tel 0615048468

Onze opdrachtgevers